zaterdag 29 augustus 2015

Le Tour de France à pied, mijn memoires. Deel 1: de algemene punten



Toch nog een verslag van mijn Tour de France Footrace 2015. Het was niet mijn bedoeling om nog een verslag te publiceren, mijn dagboeken staan al op mijn weblog en een verslag zou als mosterd na de maaltijd komen. Schrijven deed ik wel, voor mezelf. Geen mens die het leuk vindt om mijn memoires nog een keer te lezen. Geen hond die het interesseert en geen haan die ernaar kraait, dacht ik. Of het waar is weet ik niet maar ik wil later ook niet horen dat iemand het wel heel graag had willen lezen. Bij deze dus voor diegene die het wel interesseert, het eerste deel van mijn memoires, de flarden die door mijn hoofd spookten na de Tour. Dit eerste deel gaat over de algemene dingen van de Tour, het tweede deel zal over mijn dieptepunten gaan en het derde deel over de hoogtepunten. En daarna houd ik erover op. Beloofd!

De race is denk ik inmiddels wel bekend bij degene die mijn dagboeken heeft gelezen. We liepen 2800 km in 43 dagen. Dat is een gemiddelde van 65 km per dag maar dat geeft een vertekend beeld. Er waren korte etappes van rond de 40 km maar ook vele lange etappes van meer dan 80 km, soms na elkaar. Zo waren de tweede en de vierde week erg zwaar met eigenlijk te veel lange etappes na elkaar. In week twee kwamen daar dan nog drie bergetappes bij. Dagen van 8 à 10 uur lopen of nog langer waren heel normaal.


De organisatie.
De organisatie was in handen van Thierry Poupard. Hij had natuurlijk hulp van vele vrijwilligers waarvan de meesten geen woord over de grens spraken. In het begin ging de briefing alleen in het Frans want Thierry sprak ook geen andere taal. Later kregen de niet Franstalige deelnemers dan een vertaling in het Engels door Philippe, de broer van Thierry, maar als hij begon te praten kletsten de Fransen er doorheen. Niet echt heel beleefd vond ik. Later ging alles veel soepeler en kon Thierry ineens ook een beetje Engels spreken?
Het moet gezegd worden dat Thierry in het begin nogal star en stug was maar naarmate de Tour vorderde werd hij meer ontspannen en luisterde meer naar de lopers. Voor hem was het ook allemaal nieuw en spannend of het allemaal wel goed zou gaan. De klacht dat we niet over drukke wegen wilden lopen nam hij serieus en probeerde de route waar mogelijk was aan te passen. Dat we daardoor meer kilometers moesten lopen had hij van tevoren beter kunnen zeggen want nu regende het klachten dat de afstanden niet klopten.  
Natuurlijk is er op elke wedstrijd wel wat aan te merken en zal er altijd wat mis gaan maar overall genomen is dit een goed georganiseerde race geweest.

Routes.
Die waren regelmatig te lang, langer dan van tevoren aangegeven werd. Soms om begrijpelijke redenen, bijvoorbeeld omdat we werden omgeleid om een drukke weg te omzeilen. Maar het is niet leuk als je moe bent, denkt er bijna te zijn en dan toch nog 2 km verder moet lopen. Dan lijken die extra kilometers wel heel erg lang. Stel het je maar eens voor dat je in Winschoten de 100 km aan het lopen bent. Je bent net aan de 7e ronde begonnen en voelt je behoorlijk moe, bedenkt dat je nog bijna een marathon moet lopen en alleen de gedachte daaraan doet je de moed al in de schoenen zakken. En dan staat daar ineens Henri Thunnissen bij het 73 km-punt die zegt dat je even een andere weg moet nemen omdat er te veel auto's op het parcours rondrijden. Je slaat braaf af en volgt de pijltjes maar komt er na een tijdje achter dat het wel heel lang duurt voor je weer op het goede parcours terecht komt. Bij de doorkomst naar de 8e ronde zie je dan dat je dik 2 km om hebt gelopen. Dit scenario zal nooit gebeuren maar probeer het je maar eens voor te stellen hoe je je dan voelt. Zo voelde ik me dus regelmatig.

Roadbook.
Het roadbook was absoluut niet gedetailleerd genoeg om er de weg mee te kunnen vinden. De GPStracks die we gekregen hadden waren hetzelfde als het roadbook maar de pijltjes stonden soms anders. Vooral in steden en dorpen was de route vaak veranderd en dat is dus erg lastig. In een stad zie je de pijltjes niet altijd en als je dan verdwaalt vind je de route ook niet makkelijk terug met behulp van het roadbook. Ook werden soms de routes aangepast bij drukke wegen zodat we dan minder last van langsrazende auto’s zouden hebben maar dit werd dan niet van tevoren gezegd. Door de aanpassingen werd de route dan vaak ook langer dan je dacht dat hij zou zijn. Als dat één keer gebeurt is het niet zo erg maar als het vaker gebeurt is dat echt wel irritant. De werkelijke afstanden werden niet aangepast in de uitslagen en klassementen en dat was ook iets waar flink over geklaagd werd.

Het kanaal en de trails.
Of eigenlijk: de kanalen want we hebben er twee gevolgd: het Canal du Midi en het Canal de Garonne. Dagenlang liepen we er langs. Erg mooi maar na een paar dagen had ik het wel gezien. En naast die kanalen waren daar natuurlijk de trails. Dat vind ik een verkeerd woord, te populair. Als er een grassprietje of een korrel zand in het parcours zit wordt het tegenwoordig al een trail genoemd. De paden waar wij over liepen waren ook geen trails maar onverharde paden maar als je dat een trail noemt lijkt het zwaarder. Langs het kanaal waren onze trails dus onverharde paden: zand met boomwortels en stenen die half boven de grond staken. Technische trails? Ik noem het liever moppertrails want die boomwortels hadden dezelfde kleur als het zand en dus zag je ze nauwelijks. De stenen idem dito dus regelmatig stootte je je tenen. En de lopers vielen als dominosteentjes, de één na de ander ging onderuit. Zelf ging ik twee keer onderuit, Chantal spande de kroon met drie keer maar ook Lionel, Eddy, Jenni, Yves en David zagen de grond van dichtbij. De schade bleef gelukkig beperkt tot bebloede knieën, gekneusde ribben, kapotte handen en ellebogen en niemand hoefde erdoor uit te stappen maar het erger kunnen aflopen.

Het eten.
Het eten werd verzorgd door de gebroeders Michel en Gilbert Codet. Wat hebben die twee mannen een berg werk verzet! 's Morgens om half 5 stonden ze al vleeswaren te snijden, verzorgden het ontbijt, pakten daarna de keuken in en reden naar de volgende camping waar de keuken weer voor gebruik werd klaargemaakt. En dan begonnen ze vrijwel meteen weer met het klaarmaken van de avondmaaltijd. Als de lopers finishten kregen ze een finishdrankje en konden eten bestellen wat dan tussendoor ook nog even gemaakt werd.
Het ontbijt bestond uit stokbrood of toastjes met vleeswaren, gekookte eieren, kaas en jam. Daarbij koffie, thee en vruchtensap. En als fruit lagen er bananen en perziken. Het stokbrood was nogal slap, als je er eentje in het midden vastpakte hingen de uiteinden naar beneden. Niet mijn idee van een lekker ontbijtje dus ik nam wat toastjes en koffie. Voor onderweg nam ik twee bananen mee, ééntje at ik gelijk na de start op en de ander na ongeveer 10 km lopen. En die vergat ik soms ook en dan had ik nog een banaan na het lopen.
Het avondeten bestond uit een voorgerecht van groente, daarna een hoofdgerecht (meestal pasta of rijst maar soms ook een aardappel met stoofvlees), dan kwam er kaas op tafel en daarna nog een toetje. We kwamen dus echt niets te kort. Ik had alleen moeite met het eten omdat ik vaak te moe was en de porties te groot voor mij waren om in één keer op te eten. Heel vreemd want hier heb ik nog nooit last van gehad bij een etappeloop, meestal schep ik twee keer op en eet mijn bord(en) netjes leeg. Tijdens de kaas werd de briefing gehouden maar daar stak je over het algemeen niets van op, meestal werd de route beschreven en werden de plaatsen genoemd waar de verzorgingsposten zouden staan. Dat kon ik ook op het roadbook wel zien maar daar keek ik vaak ook niet op. Na de hoofdmaaltijd ging ik dus meestal weg om mijn spulletjes voor de volgende dag klaar te leggen en te gaan slapen.
Tijdens het lopen kregen we na 15 km een verzorgingspost en daarna elke 10 km eentje. Daar was van alles te krijgen. Water, cola en siroop om te drinken en om te eten was er fruit, brood, kaas, worst, koekjes, snoepjes en vele andere lekkere dingen. De laatste week hebben de verzorgers ons nog eens extra in de watten gelegd en kregen we ook nog croissants, chocolaatjes, pannenkoeken, cake en nog meer lekkere dingen.

Tijdens mij diarreedagen hield ik er een apendieet op na: ik at alleen bananen en droge biscuitjes en dronk water, vooral geen koolzuurhoudende dranken. Als ik kon eten werkte ik met gemak op één dag een hoeveelheid bananen naar binnen waar een aap jaloers op zou zijn geweest maar vaak zat mijn maag ook op slot dus dan kreeg ik nauwelijks iets naar binnen. De ideale manier dus om snel af te vallen, alle dieetgoeroes kunnen hun biezen wel pakken want ik weet het enige werkende dieet: ultra’s lopen op alleen bananen, biscuitjes en water. Ik denk echter dat ik maar weinig volgers zal krijgen die dit dieet ook gaan volgen.

Slapen.
Slapen deden we in grote tenten, groot genoeg voor 6 personen maar we sliepen er met 4 personen in. Ruimte genoeg dus. Maar die ruimte moest meestal nog wel gedeeld worden met ontelbare mieren. Ze krioelden overal rond: in je tas, je kleren, je slaapzak, je schoenen, noem maar op. Echt niet leuk. Gelukkig bijten mieren niet maar ze kriebelen wel. 
De tenten voldeden prima zolang het maar niet regende. We hebben gelukkig slechts twee keer overdag regen gehad en twee keer 's nachts en toen bleken ze niet waterdicht. Na een klein buitje druppelde het water zo je slaapzak in. We hebben dus ontzettend veel geluk gehad dat we weinig regen hebben gehad. 
Zelf vond ik het slapen in tenten een extra handicap. Zeker als je een camping hebt waar 's avonds een disco wordt gehouden. Of vuurwerk wordt afgestoken of een optreden is van de plaatselijke dorpszanger. Als loper wil je vroeg in je bed en slapen maar we werden regelmatig wakker gehouden door allerlei geluiden van buitenaf. In een sporthal slapen, zoals meestal gebeurt tijdens een etappeloop, is ook niet echt optimaal maar je hebt dan een stuk minder geluidsoverlast. En dan heb ik het nog niet over de warme of juist koude nachten en ochtenden en de toiletbezoeken met wc rol in de ene hand en zaklamp in de andere. Die wc's waren soms best ver lopen dus op tijd vertrekken als je een grote boodschap moet doen. Ik heb heel wat nachtelijke wandelingen gemaakt.

De Nederlandse deelnemers.
Wilma: bijna altijd vrolijk en ziet het leven van de positieve kant. Ze schreef zelf al eens dat zij en ik net Yin en Yang waren en dat klopt helemaal. Niets wat wij deden was hetzelfde maar juist daardoor vulden we elkaar aan en konden we het zo goed met elkaar vinden. Ik heb deze 6 weken met haar als uiterst plezierig ervaren en zou het zo weer doen. Samen zo'n Tour ondernemen kunnen we uitstekend zolang we niet samen hoeven te lopen. Onze manier van lopen en onze tempo’s verschilden te veel van elkaar. Zij was bezig met een wedstrijd terwijl ik daar juist totaal niet mee bezig was, voor mij was het een voettocht en was ik de laatste weken vooral bezig met overleven. We beleefden deze Tour allebei op onze eigen manier maar onze band bleef en is in die 6 weken alleen maar sterker geworden en daar ben ik blij mee. 
Jenni: daar waar Wilma en ik Yin (Wilma) en Yang (Jannet) waren noemden we Jenni Yeng. En Yeng en Yang hebben elkaar deze 6 weken helemaal gevonden. Yeng en Yang deden vrijwel alles hetzelfde. Lopen, eten, rusten in hetzelfde ritme. In het begin liepen we in elkaars buurt omdat ik iets sneller liep en wat meer wandelde maar de laatste weken liepen we steeds meer samen. We overlegden wanneer onze wandelmomentjes plaats mochten vinden, hielden rekening met de dipjes van de ander, probeerden Chantal mee te krijgen en stemden vaak zelfs onze plaspauzes op elkaar af. Oké, we overdreven een beetje met onze teamgeest maar zolang we er zelf maar plezier in hadden mag dat.
Dave: supergozer. Ik heb erg om en met hem moeten lachen. Elke morgen was zijn vaste zinnetje bij het opstaan: 'Ik ben gebroken! Ik ga naar huis.' waarop Wilma en ik dan reageerden met: 'Wij gaan ook naar huis, op 10 augustus.' En elke dag bleef het grappig. Dat kan een ander zich niet voorstellen maar het werd een vast ritueeltje.
Ik heb groot respect voor wat Dave bereikt heeft en hoe hij deze Tour heeft gedaan. In de 5e etappe helaas uitgevallen maar niet opgegeven. Bijna elke dag startte hij en liep een (gedeelte) van de etappe. Bijna altijd lachend, maar soms ook in tranen. Ik verwacht dat hij de Tour wel een keertje helemaal zal uitlopen als hij wat meer ervaring heeft met etappelopen want dat is een aparte discipline.
Peter: veel te vroeg uitgevallen in deze race. Heeft het daarna nog wel geprobeerd maar kon de motivatie niet meer opbrengen en had te veel last van de warmte. Helaas voor mij besloot hij in de tweede week naar huis te gaan. Geheel begrijpelijk maar ik vond het ontzettend jammer. We hielden en houden contact en ik hoop dat we ooit nog eens ergens samen een etappeloop kunnen uitlopen, de plannen zijn er al.

De warmte.
Over de warmte is al het nodige gezegd en geschreven. Die warmte heeft vele slachtoffers gemaakt tijdens deze Tour. Het was dan ook extreem heet, temperaturen rond de 40 graden waren heel normaal. In de eerste weken kwam de temperatuur niet beneden de 35 graden. En we hebben in die 6 weken misschien 4 of 5 dagen gehad dat het koeler dan 30 graden is geweest. Die warmte maakt niet alleen het lopen zwaar maar ook het slapen. In de tenten was het bloedheet zodat je bijna van je matje dreef. Ik kan goed tegen de warmte zo lang ik mijn tempo maar aanpas maar dit was ook te veel van het goede voor mij. Zeker op de dagen dat er geen greintje schaduw was en we lange etappes moesten lopen.

Klein wereldje.
Het programma van de dag was heel eenvoudig: opstaan, ontbijt, tas inpakken, lopen, tent opzoeken, slaapplek inrichten, douchen, rusten, eten, slapen. Een heerlijk leven ondanks dat het wel zwaar was. Je merkt niets van de buitenwereld en leeft volledig in je eigen kleine wereldje. Mijn wereldje hield ik bewust ook klein in mijn gedachten. Ik probeerde alleen te denken aan de dag van vandaag en hoe ik de finish moest halen. Ik liep van de ene verzorgingspost naar de volgende. Ik had de route op het scherm van mijn Garmin en keek alleen naar de gelopen afstand als ik bij een verzorgingspost was en als ik dacht dat ik weer in de buurt van een post kwam om te kijken hoe ver het nog was. En dan kwam ik er dan ook vaak achter dat de afstanden (weer) niet klopten. Dat kon echt frustrerend zijn, denken dat je bijvoorbeeld 67 km moet lopen en er dan onderweg achterkomen dat die afstand richting de 70 km zal gaan. Maar daar probeer je dan niet te veel aan te denken. Leven in het nu en van de omgeving genieten, de mooie landweggetjes, de heuvels, lavendel, zonnebloemen. Niet nadenken over morgen want dat kost energie en je wilt er nu niet aan denken dat je morgen misschien wel dik 80 km moet lopen. Je weet het wel maar je verdringt het. Ultralopen is ook het jezelf voor de gek houden. Kijk naar die zonnebloemen en loop naar de volgende verzorgingspost. Niets meer en niets minder. Dat moet je wel kunnen maar meestal lukte het me wel.

Privacy.
Tijdens een evenement als dit heb je geen enkele privacy. Ik probeerde regelmatig om een stil en rustig plekje voor mezelf te vinden maar dat was er niet. Overal waar je je bevond waren andere mensen en geluiden. Lopers die een praatje wilden maken en andere vakantiegangers die natuurlijk ook over de camping liepen en lawaai maakten. Ik houd van stilte om me heen maar heb het niet kunnen vinden. Tijdens het lopen waren er gelukkig wel stille momenten als ik alleen over rustige weggetjes liep. Ook met Jenni kon ik samen lopen en stil zijn zonder dat we ons daar ongemakkelijk bij voelden. Maar als ik niet liep was er geen stilte. Toen we in Parijs aankwamen overviel me de herrie ook. Zo veel mensen en het geluid wat ze produceren, vreselijk! Toen ik thuis was kon ik nog minder dan anders tegen drukte en lawaai. Ik mis mijn kleine wereldje met het stramien van lopen, eten, slapen en niet denken aan morgen. Maar er zijn ook dingen die ik absoluut niet mis. Sorry voor mijn medebewoners van het Holland House maar ik slaap toch liever naast mijn eigen man, ook al heb ik het enorm naar mijn zin gehad met jullie. Slapen in mijn eigen bed is veel fijner dan op een matje in een tochtige tent. Niet elke dag je spullen in- en uit hoeven pakken maar kunnen laten liggen waar ze liggen. Je kleren in de wasmachine kunnen stoppen en er fris weer uithalen in plaats van je stinkende kloffie onder de douche uitspoelen. Niet met een wc rol over een donkere camping hoeven lopen maar in een paar stappen overdekt naar een wc lopen waar altijd genoeg wc papier klaar hangt. En natuurlijk je eigen eten kunnen eten. Die dingen die altijd zo vanzelfsprekend lijken waardeer je pas als je ze mist.

De emoties.
Als je 6 weken aan het lopen bent wordt je best een beetje moe. Je zou je dus kunnen indenken dat er ruzies kunnen ontstaan in de groep. Niets was minder waar, er is geen onvertogen woord gevallen. Iedereen leefde met elkaar mee en probeerde elkaar te helpen. Elke dag gebeurde het bijna wel dat iemand in tranen over de finish komt, omdat hij/zij pijn had, moe was of een zware dag had gehad. Dan was er altijd iemand die een arm om je heen sloeg en je troostte, je tas droeg of iets anders voor je deed. Natuurlijk waren er irritaties maar die werden direct uitgesproken. Ik heb echt van deze groep genoten en denk er nog steeds met veel plezier aan terug.

Aperitieven.
Regelmatig werden we getrakteerd op een aperitief voor de maaltijd. Leuk maar te vaak. Vooral de Lionsclub van Lionel maakt er een potje van door wel erg vaak een aperitief te organiseren, vooral leuk voor de club zelf. Ik ging er niet steeds naartoe want het gaat ten koste van mijn rust en die had ik harder nodig dan een borrel. Als er iemand jarig was ging ik natuurlijk wel maar bleef niet lang.

Charlie's angels.
Bijna elke dag maakte onze tijdwaarnemer Philippe voordat hij naar de finish reed, foto's van de lopers. Meestal probeerde hij dat onopvallend te doen door ergens in een dorpje of langs de kant van de weg verdekt opgesteld te gaan staan. Maar meestal viel hij juist op door zijn pogingen om niet op te vallen. Philippe vond het prachtig als Chantal, Jenni en ik zodra we hem zagen naast elkaar gingen lopen om zo met z’n drieën op de foto te komen. Wij liepen geen wedstrijd maar maakten samen een voettocht waarbij we elkaar probeerden te steunen, samen te genieten en dus ook samen op de foto wilden. Philippe vond dat blijkbaar nogal bijzonder en hij ging ons Charlie's angels noemen, waarbij hijzelf natuurlijk Charlie was.

Handtekeningen
In de loop van de tijd werd het steeds bekender dat wij de Tour de France aan het lopen waren. Mensen toeterden niet alleen maar meer om ons van de weg te jagen maar ook om ons aan te moedigen. Handen en hoofden werden uit het raam gestoken en we werden luidkeels aangemoedigd. Bij sommige verzorgingsposten stonden kinderen met de kaart waarop alle deelnemers stonden en vroegen om onze handtekening. Ook de vrijwilligers wilden onze handtekening. Ik voelde me bijna een filmster. Toch is er verder maar weinig bekendheid aan  deze race gegeven. Ook in Nederland is er weinig aandacht voor geweest. Henri Thunnissen schreef over ons op UltraNed en Dik Jagersma op het Hardloopnieuws, waarvoor mijn hartelijke dank. Voor de meeste mensen is zo’n race natuurlijk ook een ver van mijn bed show en zijn de deelnemers op zijn minst een klein beetje gek. Hoe vaak ik dat laatste heb gehoord kan ik niet meer op één hand tellen. Ik kan je bij deze vertellen dat ik niet gek ben en het een belediging vind als iemand dat tegen me zegt. Tijdens de zes weken dat ik met de andere deelnemers optrok heb ik ze als bijzondere mensen ervaren. Mensen die misschien een iets andere hobby hebben dan anderen maar op mij kwamen ze over als heel normale, rustige en sociale mensen, vrijbuiters misschien, mensen met een ijzeren wil die doorgaan waar een ander het opgeeft. Maar gek? Nee, dat is me niet opgevallen.


Wordt vervolgd…..

2 opmerkingen:

  1. Door deze beschrijving op je blog kun je dat wat je meemaakte op de dagetappes beter plaatsen Jannet. Ik kijk uit naar de volgende delen van je verslag.

    Groetjes,

    Dorothé

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik zal proberen nooit te zeggen dat je gek bent....., nee; ik heb enorm veel respect voor wat je gepresteerd hebt. Maar wat een verhalen, ik zie het zo voor me.
    Natuurlijk heb ik je/jullie wekenlang gevolgd, maar een blog 1/3 als deze, hoort ook gewoon als afsluiting!
    Tot 2/3..... (gekkie)

    BeantwoordenVerwijderen