vrijdag 13 juni 2014

7-6-2014: Baltic Nonstop (234,4 km), Bernau (GER)



In 2012 deed ik mee aan de Baltic Run etappeloop, 325 km in 5 dagen. Dat was de laatste keer dat hij gehouden werd. Jammer want ik had hem best nog een keertje willen lopen. Ik vond het een mooi parcours en de organisatie was uitstekend en zeer sympathiek. Toen ik dus de aankondiging zag van de Baltic Nonstop aarzelde ik geen moment en schreef me meteen in. Bij deze loop zouden we in Bernau starten en niet zoals toen in Berlijn. Bernau was op de helft van de eerste etappe. De laatste etappe was eruit gehaald zodat de finish in het dorp Usedom kwam te liggen. Daar zouden we dan 230 km hebben gelopen. Later werd die afstand wat langer vanwege wegwerkzaamheden. De officiële afstand werd 234,4 km.

Twee jaar geleden was het bloedheet, zo'n 35˚C. Ook nu zou het weer warm gaan worden maar iets minder dan toen. De temperatuur zou niet verder komen dan tot 28˚C. Nog warm genoeg. Voordeel was wel dat ik het parcours kende en als ik eenmaal ergens geweest ben weet ik de weg daarna vaak ook nog wel te vinden. Verdwalen en zoeken naar de route zoals ik moest bij de Niederrhein zou me dus niet gaan gebeuren.

Op de vrijdag voor de loop vertrokken we richting Bernau. Achteraf gezien niet zo slim. Almere-Bernau zou een rit moeten zijn van 6,5 uur maar met het Pinksterweekend voor de boeg en omdat er in Duitsland volop aan de weg getimmerd wordt deden we er maar liefst 10 uur over. Niet goed voor mijn gemoedsrust. De briefing was al begonnen toen we eindelijk aankwamen en we konden nog net de tweede helft ervan horen. Het kwam er op neer dat we de pijlen moesten volgen, dat de linten 's nachts reflecteerden maar dat je dan wel een lampje op je hoofd moest hebben anders zou je dat natuurlijk niet zien en dat er elke 500 meter wel iets van een herkenningsteken zou zijn zodat je nooit ver verkeerd zou lopen. Het was toegestaan om door een rood stoplicht te lopen maar niet over een gesloten spoorwegovergang. Precies zoals ik het al van plan was. Ik gooi nog wat spullen in de kratten die naar de verzorgingspunten (VP's) zullen worden gebracht en daarna snel naar ons hotel waar ik vrijwel regelrecht mijn bed inrolde, helemaal gaar van de reis.

Ultralopen bestaat voor een groot deel uit het jezelf voor de gek houden. Ik zal dit weekend dus ook geen 234 km lopen want dat is veel te ver. Ik kan het beter verdelen in kleine stukjes zoals ik altijd doe. Ik zou er 5,5 marathons van kunnen maken maar ik ben geen marathonloopster dus dat lijkt me niks. En als echte marathonloper moet je trouwens koolhydraten stapelen voor de wedstrijd, zo heb ik me laten vertellen. En dat doe ik ook nooit want als ik dat moet doen voor alle wedstrijden die ik loop ben ik de helft van het jaar aan het stapelen.  Dus zal ik van VP naar VP lopen, net als ik bij de Spartathlon deed. Bij elke VP staat hoever het is naar de volgende dus dat is handig. Gemiddeld zit er ongeveer 8 km tussen die VP’s en nummer 31 is de finish.

Het begin valt allemaal best mee. Het is nog koel en we lopen veel in de schaduw. Wel beginnen hier al de heuveltjes. Allemaal niet schokkend maar wel heuvel op, heuvel af, heuvel op, heuvel af. En als je dat dan maar vaak genoeg achter elkaar moet doen word je daar vanzelf moe van. Het parcours is echt mooi vind ik. Precies waar ik van houd, daarom ben ik hier ook weer naartoe gegaan. Rust, ruimte en natuur. Bos, kleine slaperige dorpjes, landwegen, meren, dieren en aardige mensen. Fietsers vragen regelmatig wat wij aan het doen zijn. Ze komen naast je fietsen en zijn heel belangstellend. Een aantal keer leg ik dus heel geduldig uit dat ik 234 km loop, dat ik niet slaap onderweg, gewoon eet en drink en dat ik echt niet zo heel gek ben. Er zijn ook een man en vrouw die helemaal verbaasd zijn dat dit ook door vrouwen gedaan wordt? Dat hadden ze echt niet gedacht maar nu ze mij zien vinden ze het prachtig. Een paar kilometer fietsen ze met me mee en vragen me het hemd van mijn lijf.

Bij Joachimstal (46 km) staat Jos met een ei, een pannenkoek en water. Simpele genoegens maar zo verrekte lekker. Ik ga even zitten en we kletsen bij. Het is al behoorlijk warm, veel warmer dan de beloofde 28 graden. Na mijn kleine pauze gaat het weer verder via Parlow en Glambech en twee spontaan ingerichte douches van bewoners langs het parcours. Ik maak er dankbaar gebruik van.

Bij 66 km staat Jos weer en krijg ik weer wat lekkers en nieuwe schoenen want mijn teen doet zeer. Weer even zitten, rusten en me opfrissen. Ik heb net een paar kilometer door het open veld gelopen en dat was heet! Met de nieuwe schoenen gaat het beter en ik mag nog een stuk door het veld. Dan een viaduct over met rottige kasseien waar ze er hier veel te veel van hebben en dan gelukkig weer een stukje bos. Bij Warnitz (80 km) staat daar Jos voor de laatste keer. Weer een opfrissertje en afscheid want hij gaat nu door naar ons hotel.

Als ik ongeveer 90 km heb gelopen komt de dokter naast me rijden en zegt me dat ik er nog locker aussehe. In Nederland loop ik altijd soepel en hier in Duitsland dus locker. Hij zegt er ook bij dat ik het rustig aan moet doen omdat het nu nog 33 graden is. Ik zeg hem dat het nog prima gaat en dat ik het zeker rustig aan zal doen. Hij is tevreden en rijdt verder. Na ongeveer 95 km krijg ik op precies hetzelfde punt als 2 jaar geleden last van krampscheuten in mijn kuiten. Ik denk aan de dokter en besluit meteen dat ik niet verder zal lopen met deze hitte. Om te voorkomen dat ik echt kramp ga krijgen ga ik wandelen tot het afgekoeld is, dan kunnen die kuiten ook even herstellen. Het laatste wat ik wil is dat ik straks de strijd moet staken omdat ik me geforceerd zou hebben. Zo gezegd, zo gedaan. Ik wandel door tot de 100 km, word daar door mijn vriend van 2 jaar geleden, Ecky, hartelijk verwelkomt, neem een extra lange pauze om goed te eten en te drinken en wandel daarna nog een flink stuk verder. Pas om 8 uur 's avonds begint het wat af te koelen en dan ga ik weer lopen. Bij elke post verwelkomen ze me nu met de melding dat ik de eerste vrouw ben. Leuk maar de weg is nog lang en niemand kan me ook vertellen hoever de tweede vrouw achter me loopt. Ik maak me er ook niet druk om. Ik wil gewoon finishen.

Van mijn kuiten heb ik geen last meer en ik verheug me op de nacht maar pas na 10 uur wordt het donker. De VP's hebben nu lampjes die we van verre al kunnen zien. Dat ziet er mooi uit. De mensen zijn blij dat er weer eens een loper voorbij komt want het veld is flink uitgedund. Ze zien pas na 1 à 2 uur weer eens iemand langskomen dus die persoon wordt dan ook meteen flink vertroeteld.
‘s Nachts is het nog rustiger dan overdag. Ik geniet hier volop van, ook al zijn de wegen soms zo slecht dat ik niet eens hard durf te lopen, bang dat ik zal struikelen. En mul zand met losse stenen loopt ook niet lekker in het donker. Maar ik weet nog dat dat stuk niet zo heel lang duurt. Twee jaar geleden was het hier nog zo bloedheet en nu is het heerlijk. Af en toe hoor ik wat mensen die nog in de tuin zitten te genieten van een mooie zomerdag. Twee glanzende bollen kijken naar me, een katje. En een compleet dorp wordt midden in de nacht wakker geblaft als ik langs kom. De ene hond begint te blaffen en als antwoord begint de hond van de buren ook. Daarop volgen er nog een aantal honden. Ik moet er wel om lachen want over een uur komt de volgende loper en dan beginnen ze weer te blaffen. Ze bewaken de huizen wel goed maar of de bewoners er nu echt blij mee zijn dat ze om het uur wakker geblaft worden?

Bij 140 km kom ik door Viereck met weer van die rottige kasseien. Er is een groot feest aan de gang en sommige gasten gaan al vertrekken want het is dan inmiddels 1 uur in de nacht. Ik krijg zelfs twee keer een lift aangeboden maar zeg dat ik liever loop. Het zijn ook niet echt BOB's die achter het stuur zitten. VP 19 vlak voor Viereck heeft aan de volgende VP doorgebeld dat ik eraan kom en dat ik wel zin heb in bouillon. En dat staat keurig netjes voor me klaar als ik daar ben. Toevallig wordt deze post bemand door Steffen, een alleraardigste man die er twee jaar geleden ook bij was. Hij heeft zijn grote camper versierd en er gezellige fakkels bij gezet. Ik mag plaatsnemen op een ligbed en wordt helemaal in de watten gelegd. Het is bijna te gezellig maar na goed gegeten en gedronken te hebben vertrek ik toch maar weer.

Veel te vroeg naar mijn zin wordt het weer licht. De dieren en mensen worden weer wakker en de vogels beginnen weer te fluiten. Ik zie een mol door de berm lopen. Hé, moet jij niet ondergronds zijn? Iets verderop een hermelijntje. Ik blijf stilstaan om het te bekijken en het beestje trekt zich helemaal niets van me aan. Ik voel me nu wel behoorlijk moe en een beetje misselijk. Begin te kokhalzen vlak nadat ik bij VP 21 ben vertrokken. Snap er niets van, stop even en het zakt gelukkig weg. Doe weer twee stappen en voel dan ineens mijn maag krachtig samentrekken. En hupsakee, daar gaat mijn hele maaginhoud met een grote boog de berm in. Zo, dat lucht op!

Veel later zie ik nog een beestje maar dat is minder leuk. Het is dan al licht en ik zie een katje midden op de weg liggen. Loop er naartoe om te kijken of het nog leeft maar dat is helaas niet het geval. Het beestje ziet er nog wel goed uit alleen is zijn oog volledig beschadigd. Ik til het diertje voorzichtig op en leg het even verderop in het gras vlakbij een huis. Hopelijk vindt de eigenaar hier zijn beestje terug. Hierna ben ik wel even van slag want het overlijden van mijn eigen lieve kat Tobias is nog niet zo lang geleden. Ik ga dus op een bankje zitten om even bij te komen. Voel me plots zo moe en verdrietig. Het arme beest.
Toch moet ik verder. Gelukkig voor mij staat een paar kilometer verderop een andere bekende van me, Jürgen. Met hem heb ik vorig jaar bij de Barbarossa gelopen en later bemande hij daar een verzorgingspost waar hij me weer oplapte toen het ook zo bloedheet was. Hier wordt ik door hem weer net zo verwend als toen. Ik wordt op een stoel gezet en krijg drinken en noodles met hausgemachte Sauce, mijn ontbijt van vandaag. We kletsen even bij en hij vertelt me dat de tweede vrouw nog niet bij de post hiervoor is geweest dus dat ik minstens 8 km voorsprong heb. Over een klassement hoef ik me dus ook niet druk te maken. Ik kan het rustig aandoen en dat is fijn om te weten want het gaat deze tweede dag weer flink warm worden en er is maar weinig beschutting. Omdat ik geen zin heb om me te forceren om een goede tijd te lopen (want wat is een goede tijd op dit parcours onder deze omstandigheden?) ga ik vanaf nu bij elke post even zitten om te rusten. Mijn voeten doen nu ook behoorlijk pijn en ik voel me moe, niet zo gek als je al een dag onderweg bent.

Ik loop nu door een schitterend natuurgebied met veel vogels. Maar ook veel zon en geen beschutting. Bloedheet. Na kilometers zwoegen zie ik een fietser op me afkomen en hij vraagt wat ik straks bij de VP wil hebben. Een Cola, water, spons, appel, meloen, rozijnen, een stoel in de schaduw en een beetje liefde alsjeblieft. Vijf minuten later krijg ik het allemaal. En ik krijg ook voor de zoveelste keer te horen dat ik er nog zo goed uitzie en dat ik de eerste vrouw ben en vijfde overall. Dat hoor ik bij elke post dus dat is niks nieuws onder de zon. Verder maar weer.

Nou komt dat rotstuk met die ellendige betonplaten, weet ik nog. Soms is het geen voordeel als je weet wat je te wachten staat. Deze betonplaten zijn allemaal gebroken en liggen schots en scheef. In het midden een laag asfalt zodat je de scheuren en hobbels wat minder ziet. Dan te bedenken dat dit een fietspad is. Hier wil je echt niet fietsen. Na deze betonplaten volgt weer eens de zoveelste kasseienstrook. Maar gelukkig kan ik hier door de berm over een zandstrookje lopen. Ook niet echt geweldig maar het gaat. Na 28 uur en 204 km word ik met open armen ontvangen door team Hanka, met weer iemand die er twee jaar geleden ook bij was: Stefan, die toen 5 dagen lang in het rose meeliep (jakkie). Ik plof op een stoel neer en krijg weer allerlei lekkers. Wordt op de foto gezet door Stefan als ik min of meer in een stoel hang.
‘Je ziet er nog goed uit’, zegt hij.
‘Ik geloof er niets van.’
‘Toch wel. Kijk, dit is een prachtige foto voor op de site.’
‘Als je het maar laat!’
Hij plaatste hem toch…

Met moeite hijs ik me weer uit die heerlijke stoel en ga verder, door Anklam waar het nog heel stil en rustig is. Een stukje langs een drukke weg in de volle zon en dan gelukkig weer even wat bos. Maar niet voor lang want hierna komt er weer een bloedheet stuk met soms wat beschutting maar meestal niet.. Ik ben blij dat ik bij 218 km weer een VP krijg en daar laat ik me weer uitgebreid verwennen. De mensen zijn blij dat er weer een loper langs komt en doen echt alles voor me. Het vers geschilde appeltje gaat er wel in, evenals een groot stuk watermeloen en twee bekers water. Nog een handjevol rozijnen voor onderweg en daarna verder naar de brug die naar het eiland voert en die ik nu al in de verte zie. Het laatste stuk naar die brug is heet. Hier lopen we tussen de wuivende gewassen door. Gelukkig heb ik hier een beetje wind tegen en dus een klein beetje verkoeling. Echt snel loop ik nu niet meer. Bovenop de brug neem ik het ervan. Hier is schaduw en een harde wind. Zo lekker. Ik neem de tijd om nog eens goed af te koelen want ik weet ook wat er nu nog gaat komen. Die laatste 12 kilometers zijn geen pretje.

Na 228 km het Leerdammer asfalt. Zo noemde ik het twee jaar geleden en het is nog steeds niet veranderd. Stel je een kasseienweg voor maar leg die kasseien dan niet netjes neer maar goed schots en scheef. Daar kwak je dan her en der een klodder asfalt bovenop en rijdt er om het geheel nog ellendiger te maken met een tientonner overheen zodat het allemaal goed verzakt en de weg scheef afloopt. De mensen die aan deze weg wonen en met de auto rijden moeten volgens mij elke maand hun schokbrekers vervangen. Als je deze weg een paar kilometer hebt gelopen kom je op een iets beter gedeelte met nu alleen het asfalt tussen de gaten, gelukkig zonder de kasseien. En daar zetten ze dan een bordje neer dat er Straβenschäden is. Ondanks alles moet ik daar wel om lachen. Een paar kilometer zwik en strompel ik erover heen, nog meer mopperend dan twee jaar geleden (en dat kon al bijna niet). 


Mijn voeten doen nu ontzettend zeer en dit is echt niet leuk. Maar in de verte zie ik nu de kerk van Usedom. Ik ben er bijna! Nog een stukje naar beneden en dan het dorp door. En daar staat Jos me al op tewachten. Ik stop acuut met lopen en ga over in wandelen. Ik vind het genoeg en ik ben op. Jos wandelt voorop en ik strompel er op mijn zere voeten achteraan. Het mag van mij nu afgelopen zijn, ik wil mijn schoenen uitdoen en zitten. Dat lijkt me niet al te veel gevraagd? De laatste 200 meter loop ik dan nog hard, voor de foto. En dan mag ik door de finishboog, verwelkomt door Ecky. Erste Frau und fünfte Gesamt in einer Zeit von 32.39.06. Ik vind het allemaal helemaal prima, laat me op een stoel zakken en doe mijn schoenen uit. Klaar!

Een uur later ben ik weer in staat om op mijn sokken naar de auto te strompelen en me door Jos naar het hotel te laten rijden. ‘Ich bin stolz auf dich!’, roept Ecky me nog na. Nou Ecky, dat ben ik zelf ook.

Op maandag bij het ontbijt word ik omhelsd door Silke. ‘Ik heb het ook gehaald!’, zegt ze geëmotioneerd. Wat ben ik blij voor haar want ik gun het deze lieve vrouw zo ontzettend. Ze heeft samen met haar man, Jörg, en vele vrijwilligers hard gewerkt om deze wedstrijd tot een geslaagd evenement te maken en om dan ook nog te trainen voor zo’n tocht en hem uit te lopen, vind ik een geweldige prestatie.
Helaas heeft Henk Harenberg het niet gehaald. Hij was genoodzaakt om na 160 km de strijd te staken. Maar ik heb een donkerbruin vermoeden dat hij er een eventuele volgende keer wel weer bij zal zijn.

Mijn schoenen heb ik tot op heden nog niet weer aangehad. Voorlopig houd ik me even rustig. Misschien loop ik over een paar weken een marathon maar even geen lange dingen. Pas over 2 maanden is mijnheer Gerik de eerste die me weer mag ontvangen bij een ultraloop.

Dit was een zware tocht met vele uitvallers. Van de 55 mensen die zijn gestart op de 234,4 km haalden er slechts 23 (42%) de finish. De verdeling hierbij van de mannen en vrouwen vind ik opvallend: van de 48 mannen haalden 17 (35%) de finish en van de 7 vrouwen haalden 6 (86%) de finish. En nee, ik zal geen opmerking over het sterke geslacht maken.

6 opmerkingen:

  1. Mooi verslag. Lijkt me een mooie rustige loop met prima verzorging en ook wel redelijk begaanbare wegen als ik het zo lees. Op naar de volgende dan maar weer!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Echt wel sterk dat jouw geslacht....dat je dat nog allemaal weet van waar welke ondergrond etc. Ik vergeet altijd alles van onderweg. Wel heel boeiend en vol heerlijke droge humor om te lezen. Ik vind het een ongelooflijke prestatie... volgens mij is dit toch vergelijkbaar met een Spartaklon. Niet dat dat de enige maatstaf is. Geweldig dat dit kon onder deze omstandigheden. Herstel rustig verder.

    Groetjes,

    Dorothé

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Een lang verslag mag ook wel bij zo'n lange tocht.... Leuk dat je weer even reageerde op mijn blog. Ik volg jou de laatste maanden weer wat meer. Ultralopen staat momenteel erg ver weg voor mij. De TEFR, of eigenlijk de TFFR, wat een tocht. Ik volgde destijds de TEFR ook al met bewondering. Bijvoorbeeld al die etappes door Zweden, kwam geen eind aan. En die Duitser die 'm bijna elke dag in 12/uur liep. Pfff.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. mooi verslag, van genoten. terug veel doorzettingsvermogen getoond! proficiat met je prestatie.

    BeantwoordenVerwijderen