maandag 16 mei 2016

4 t.m. 10-5-2016: EMU 6 day race, Balatonfüred (HUN)


Hajrá, hajrá!

'Jaja, nog heel even wachten en dan heb ik je', zeg ik tegen het bordje dat al bijna een dag lang naar me lonkt. Ben ik nou helemaal van het padje, dat ik tegen bordjes ga praten? Nee, juist niet, ik ben deze 6 dagen juist de hele tijd helder in mijn hoofd gebleven. Dat was een voorwaarde die ik mezelf oplegde voor ik aan deze 6 daagse begon. De andere voorwaarde was dat ik er geen lange wandeltocht van zou maken. Dit is een hardloopwedstrijd en die moet je dus zo veel mogelijk (hard)lopen. Echt hard gaat het natuurlijk niet als je 144 uur moet lopen maar een dribbelpasje zou wel fijn zijn, ook beter voor mijn voeten want dan zouden ze minder met de ondergrond in contact zijn en dus minder pijnlijk zijn. Het zou niet handig zijn als ik dezelfde dikke olifantenpoten zou krijgen die ik bij mijn 48 uurswedstrijden kreeg. Mijn strategie zou dus zijn om regelmatig rustpauzes in te lassen waardoor ik tussendoor harder zou kunnen lopen.

Dat bordje waar ik tegen praat is een bordje waar op staat dat daar op dat punt het Nederlands Record (of bestprestatie of hoe je het ook noemen wilt) verbroken zou zijn. Bij de jong belegen dames categorie dan hè, de V50-54 categorie waar ik in loop.
Er worden in deze 6 dagen meer dan 30 nationale records, al dan niet in een leeftijdscategorie, verbroken en twee daarvan zijn er straks van mij. Na 48 uur haalde ik het eerste record binnen, ook bij de V50-54. Dat staat nu op 234,91 km, niet echt geweldig maar het zou stom geweest zijn om dan al heel veel km's op de teller te hebben.
Nu is het half 5 in de ochtend van de laatste dag en ben ik op weg naar de 570 km die op het bordje staat. Daarna moet ik er nog minimaal 30 want dat heb ik mezelf en Diana beloofd. Die 600 km moet en zal er komen, daar heb ik tot nu toe nog geen moment aan getwijfeld maar nu lijkt het nog een wereldreis voor ik zover ben.

Om 5 uur 's morgens zeg ik heel zachtjes 'Hebbes!', de 570 km zit erop en het NR bij de ouwe wijffies is voor mij. Maar er is niemand om het mee te delen. Ik zie voor en achter me geen enkel levend wezen om even blij tegen te zijn dus ik ga maar door. Voel me best moe maar oh zo blij. Wat waren dit geweldige dagen. Wat een organisatie, zulke lieve mensen die precies weten wat een loper nodig heeft. Ondergebracht in mooie vakantiehuisjes met uitzicht op het Balatonmeer waarin je in een echt bed kunt rusten als je dat wilt, meer dan genoeg eten en drinken, een prima parcours, de wedstrijd is voor de thuisblijvers te volgen en elke ronde worden we aangemoedigd door de onvermoeibare vrijwilligers. Hajrá, hajrá! Dat zal wel zoiets betekenen als hup hup hup, zet um up, maar mijn Hongaars is niet zo goed dus precies weten doe ik het niet.
Helaas moet volgend jaar het parcours verplaatst worden omdat de huisjes afgebroken gaan worden maar volgens de organisatie zou het parcours daardoor beter gaan worden. Ik weet nu al dat ik dan thuis met heimwee de wedstrijd zal volgen.

Straks is het voorbij, ik zou het bijna jammer kunnen vinden als mijn voeten niet zo verdomd pijnlijk zouden zijn. Ik heb hier 6 heerlijke dagen mogen beleven tussen mensen die begrijpen waarom je zoiets doet als 6 dagen rondjes lopen. En dat je dat dan nog leuk vindt ook nog. Hier hoef ik het niet uit te leggen, we doen het immers allemaal. Alleen de eerste dag had ik het zwaar en had het gevoel dat ik me toen al aan het forceren was. Het waaide keihard, zo hard dat ik op het eerste stuk van de ronde niet kon lopen omdat ik niet tegen de wind in kwam en de tweede helft werd je zo hard vooruit geblazen dat je jezelf tegen moest houden. Dat loopt ook niet fijn. En 's avonds kreeg ik het benauwd. Elke avond kreeg ik daar last van, overdag ging het van een leien dakje maar 's avonds was het mis. En het parcours was 's avonds wel verlicht maar niet helemaal goed waardoor ik niet durfde te lopen. Dat is dan ook het enige minpuntje wat ik na lang zoeken zou kunnen noemen. Licht-donker-licht-donker, het wisselde elkaar af en daardoor werd ik dizzy. Dizzy, benauwd en bang om te struikelen over de stukjes asfalt die niet volledig vlak waren. Het zorgde ervoor dat ik de eerste avond al na 81 km stopte en ging slapen. Mezelf nu al forceren heeft geen zin. De volgende ochtend voelde het een stuk beter. Die nachtrusten hield ik er dus in hoewel er van slapen niet veel kwam doordat mijn benen onrustig bleven en mijn voeten bonkten.

De andere dagen, behalve de laatste ochtend, waren warm en aangenaam. Ik liep van ongeveer half 5 tot 12 uur want dan ging het het beste, daarna een pauze en de rest van de dag nog zoveel mogelijk kilometers bij elkaar zien te schrapen. Vanaf 400 km en bij elke volgende 100 km kreeg je een vlaggetje met daarop de km's die je gelopen had. Het klinkt idioot maar zo'n vlag geeft je wel een stukje motivatie om door te gaan. Als je er eentje behaald hebt maak je een soort van ererondje met die vlag in je hand en krijgt dan van iedereen een complimentje. Na dat ererondje moet je hem weer afstaan en begin je gewoon weer bij 0 te tellen maar dat ene rondje geeft je net even een boost en is iets om je op te verheugen in deze zware tijden.
Diana liep steeds in mijn buurt, een aantal rondes op me voor, maar vanaf het vlaggetje met de 400 km erop vierden we elkaars feestje. Eerst zij en even daarna was ik aan de beurt. Na die 400 km beloofden we elkaar dat we de 600 km zouden gaan halen. Zij had dan het Deense record en ik mijn record bij de dames op leeftijd en 600 km is een mooi getal.

Om 6 uur 's morgens komen er weer meer mensen op het parcours, meer afleiding maar ik blijf nu bewust alleen lopen en denk aan wat er allemaal gebeurd is in deze dagen. Zoveel, te veel om op te noemen. Ik heb zoveel bijzondere mensen ontmoet. Neem bijvoorbeeld Wolfgang, in de eerste drie dagen liep ik regelmatig met hem. Wolfgang is geen mens, dat is een buitenaards wezen. Hij is nu 64 jaar en gaat stoppen (zegt hij nu) maar liep deze dagen wel even een paar wereldrecords. Een sympathieke man, die niet te beroerd is om te vertellen over zijn prestaties en je tips te geven. Hij heeft het de latere winnaar Joe behoorlijk lastig gemaakt en had daar het grootste plezier in. Van hem kan ik het ook hebben dat hij me hard uitlachte toen ik vertelde dat ik de eerste nacht 6 uur rust had genomen, hij had zelf de hele nacht doorgelopen. Maar hij zwalkte op de vijfde dag en ik niet, dat is dan weer een troost voor me. Zwalken wilde ik persé niet. Geen wandeling en helder blijven, dat was mijn doel. Geen zombie(z)walk! En die 600 km halen natuurlijk. Naarmate de wedstrijd vorderde kwam Wolfgang steeds weer bij me lopen en mopperde dat hij me niet eens bij kon houden als ik aan het hardlopen was en ook wandelend lukte het hem niet. Dat was mijn grootste plezier: dat ik in één ronde èn Wolfgang èn Joe inhaalde. Oké, zij hadden er meer km's opzitten maar het deed me deugd dat ik blijkbaar toch nog wel een beetje tempo kon maken. Zo vaak loop ik toppers niet voorbij. En een rondje met Joe meelopen, geweldig, ik zag hem kijken maar hij zei niets. Helaas bleef het bij één rondje....

Nog een klein stukje tot die 600 km. Maar oh, wat doen die voeten toch zeer. Ik heb net mijn eerste blaren doorgeprikt, in deze 6 dagen niet één enkel blaartje gelopen en nu ineens twee. Dat betekent dus dat ik anders ben gaan lopen, langer grondcontact maak. 'Probeer weer te gaan joggen Jannet', zeg ik tegen mezelf. Niet wandelen! Maar dan voel ik ineens een arm om me heen. Het is Pawel, ook een maatje van me van de afgelopen dagen. Pawel trekt me mee de tent in waar de computer met de tussentijden staat. Kijk, zegt hij met een blije grijns, we zijn derde! Gisteravond vertelde hij me dat de Polen de hele nacht door zouden gaan lopen want ze konden Japan in het landenklassement inhalen en van de derde plek verjagen. Pawel was helemaal ontketend nadat hij het Poolse Nationale record had behaald. Er leek een last van hem afgevallen. We hebben elkaar 6 dagen lang proberen te helpen, als de één de ander inhaalde gaf hij even een tikje zodat de ander kon volgen. Het werkte zo goed, we hoefden niets tegen elkaar te zeggen maar begrepen elkaar helemaal. Gisteravond vloog Pawel over het parcours, ik denk dat hij het snelst van iedereen heeft gelopen, alles heeft gegeven voor het landenklassement. Hij wijst trots naar de computer. 'Ik heb vannacht een marathon in 3.47 gelopen', grijnst hij. Mijn mond valt bijna open van verbazing. Met meer dan 600 km in je benen nog een marathon van 3.47 lopen is onvoorstelbaar. Ik ben zo blij voor hem en zijn teamgenoten. Maar ik moet verder, moet die 600 km halen.

Diana zit aan de kant op een stoel met de Deense vlag om haar schouders, ze heeft net het record gebroken dus ook haar feliciteer ik en zeg dat we er bijna zijn. Bijna bij die vermaledijde 600 km! Zoals we elkaar beloofd hebben. Weer verder maar ik kan bijna niet meer op mijn voeten staan dus ik neem eerst een korte rust. Met nog 7 km te gaan voel ik me ineens zo moe en vraag me af of ik het wel zal gaan halen. Met deze voeten zie ik het niet meer zitten. Ik wissel nog maar eens van schoenen, een voetenwisseling zou beter zijn, en zet me weer in beweging. En dan is daar Diana met de 600 km vlag! Ze is zo blij, dat wil ik ook! En dus ga ik weer lopen, harder en harder, ik wil die vlag! Ik moet die vlag! Thomas, de man van Diana, ziet me en vraagt hoe ver nog. Nog 5 rondjes! Nog 4! Nog 3...2...nog eentje! En juist op dat moment haal ik Diana in. Nog één rondje zeg ik in het voorbijgaan en ze zet aan, komt bij me lopen en escorteert me naar de 600 km. Jos staat al klaar met de vlag en ik grijp hem uit zijn handen. Die is voor mij! 
Een omhelzing van Diana, champagne en mijn kom-maar-op-met-die-complimenten-en-veren-in-mijn-r**t-vlag, mijn dag kan niet meer stuk. Het lijkt zo makkelijk om 100 km per dag te lopen maar je moet dit meemaken om te kunnen ervaren dat het makkelijker gezegd dan gedaan is.
Als ik verder slof met de vlag in mijn hand krijg ik een tikje op mijn rug. Het is Joe die stopt en me een hand geeft om me te feliciteren. Wow, thank you very much. Aan de overkant van het gras roept Wolfgang naar me en steekt zijn duim op. 'Ik wist het', roept hij. Nog een wow, Danke schön.
Mijn ererondje duurt ongeveer een kwartier. Niet omdat ik zonodig veel veren hoef te hebben (hoewel....een beetje toch wel...) maar omdat ik bijna niet meer kan lopen. Na deze ronde ga ik even zitten en probeer het weer opnieuw maar het is op. Mijn doel is bereikt en ik heb ook geen zin meer om mezelf nog op te laden. Ik heb nog tijd genoeg om te proberen de 610 km te halen maar ik zie er het nut niet meer van in. Nog een paar wandelrondjes om anderen aan te moedigen en dan vind ik het welletjes, ga ons huisje in en laat me op bed vallen.

Buiten hoor ik de geluiden van de dapperen die nog doorlopen maar ik dommel weg, droom van zwarte voeten, een dokter met een groot mes die ze eraf gaat snijden en die zuurstofslangetjes in mijn neus propt. Geen idee waarom want zoveel last heb ik nou ook weer niet gehad van die benauwdheid. Die voeten zijn een ander verhaal, die mogen ze er nu afhakken, ik heb ze niet meer nodig.

Natuurlijk was er geen dokter die mijn voeten amputeerde, hoewel het de dagen erna van mij had gemogen. Mijn voeten zijn niet dik geworden waar ik zo bang voor ben geweest, maar wat hebben ze veel pijn gedaan. Overdag ging het nog wel en kon ik toeristje spelen. Een beetje wandelen, zitten, wandelen, zitten, liggen, wandelen, zitten.....ik liet me zelfs als een echte toerist rondrijden in zo'n sullig treintje en was de jongste inzittende. Maar 's nachts was het een ander verhaal. Het leek echt alsof mijn voeten aan het afsterven waren, ik kon er niet van slapen. Pas om 2 uur 's nachts viel ik in een soort van slaap om al om 5 uur weer wakker te worden. Pas na 3 dagen ging het beter en kon ik fatsoenlijk slapen.
Gelukkig ben ik niet de enige die hier last van heeft gehad. Twee dagen na de race kwam ik John tegen die vertelde dat hij hetzelfde had. En hij had maar weinig kunnen lopen tijdens de race vanwege een zeer pijnlijke allergische reactie aan beide kuiten. De dokter had zoiets nog nooit gezien maar John mocht wel doorlopen. Wat heeft die man een pijn gehad! Toen ik met hem stond te praten zag hij dat ik het koud had en gaf me spontaan een paar handschoenen, gebreid door zijn 92 jarige schoonmoeder. Omdat ik zo goed gelopen had. Ik koester ze als waren ze van goud.

Het is vreemd om na die 6 dagen weer in de buitenwereld te komen. Net als na mijn Tour moet ik weer helemaal wennen en dat terwijl dit toch een stuk korter was. Maar ik kan met een grote glimlach terugkijken op een geweldige belevenis. Zoals bij zoveel wedstrijden het geval is zou ik dit ook niet hebben willen missen maar ik laat het bij deze ene keer. Een volgende keer zou alleen maar tegen kunnen vallen. Ik noemde het een snuffelstage voor ik vertrok, om te kijken of ik zoiets zou kunnen en of ik het ook leuk zou vinden. Ik weet nu dat ik het kan en dat ik het ontzettend leuk vind. Maar niet alles wat ik kan en leuk vind hoef ik vaker te doen. Deze herinnering koester ik, dit pakt niemand me meer af. Die 603,976 km staat achter mijn naam en daar ben ik reuzetevreden mee.

2 opmerkingen:

  1. Geweldig Jannet. Super gedaan en ook weer mooi opgeschreven.
    Dikke proficiat voor je 600+ kms, en voor je records.
    Het was leuk om je op afstand te volgen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hi Jannet,

    Ultralopen blijft niet te bevatten voor mensen die dat niet beoefenen (ik kom niet verder dan 4 dagen 40 km wandelen), maar wel inspirerend om te lezen en te volgen. Ik heb me verbaasd over de korte rusttijden. Die Joe is nooit langer dan 2 uur van het parcours geweest. Onaards toch en dan zoveel kms. Volgens mij is het ook wel een ultra prestatie die je hebt neergezet en dat hoef je niet af te doen als 'oude wijfies record'. Ik heb vaak even gekeken op de EMU site en de beelden maar het was altijd een gok om te kijken wie en wat je aantrof. Ik was ook benieuwd naar het eten daar. Eet je nu veel meer als je zoveel loopt of eet je vaker kleinere porties? Je kunt niet 5 dagen op gels leven zonder dat je tanden uitvallen. En verder leek het een grote vriendenclub die aan het rennen was maar ondertussen was het toch wel degelijk een wedstrijd. Mooi om te lezen het hele verhaal maar ook onbegrijpelijk. Hoe kun je gewoon opstaan en gaan lopen zonder fatsoenlijk te slapen na dag 1 en dag 2 en dan gewoon weer 100 km per dag aftikken. Hele diepe buiging voor deze records en prestatie.

    Groetjes,

    Dorothé

    BeantwoordenVerwijderen